De keuze voor een zandkorrelige ondergrond is betekenisvol. Zand verwijst naar:
Van Abraham kwamen vele lijnen voort:
Het kunstwerk herinnert eraan dat deze stammen ā IsraĆ«l, Esau en IsmaĆ«l ā allemaal teruggaan naar ƩƩn vader: Abraham.
De grote menora in het midden straalt licht, hoop en heiligheid uit. De zeven armen verwijzen naar:
De warme kleuren rondom de menora creëren een atmosfeer van aanbidding en eerbied. De twee biddende mannen bovenaan tonen de kracht van gebed en de continuïteit van de Joodse traditie.
De woorden āShema IsraĆ«lā bovenaan zijn het fundament van het Joodse geloof: āHoor IsraĆ«l, de HEER is onze God, de HEER is ƩƩn.ā Het is een proclamatie van identiteit, trouw en toewijding.
Het werk verwijst naar de complexe geschiedenis tussen deze drie lijnen:
De spanningen die vandaag zichtbaar zijn, vinden hun oorsprong in oude familiegeschiedenis. Esau verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een kom linzensoep, en sindsdien is er strijd tussen de broeders. Door de eeuwen heen hebben de nakomelingen van Esau en Ismaƫl zich verbonden, wat de huidige geopolitieke situatie verklaart.
Toch zegt de Schrift dat God Israƫl zal beschermen, zelfs wanneer vele volken tegen hen opstaan.
Dit werk is geschilderd met liefde en bewogenheid voor het uitverkoren volk van God. Maar het draagt ook een oproep:
Want wie bidt voor vrede in Israƫl, zal zelf vrede ontvangen.
Het kunstwerk is dus niet alleen een schilderij, maar een gebed ā een visuele voorbede voor verzoening, bescherming en de komst van de Messias.
Psalm 122 (Statenvertaling)
1 Ik was blij toen men tot mij zeide: Laten wij naar het huis des Heren gaan.
2 Onze voeten zullen staan in uw poorten, Jeruzalem.
3 Jeruzalem is gebouwd als een stad die hecht is;
4 Waarheen de stammen opgaan, de stammen des Heren, tot het getuigenis van Israƫl, om de Naam des Heren te loven.
5 Want daar zijn de tronen des gerichts geplaatst, de tronen van het huis van David.
6 Bid om de vrede van Jeruzalem; zij die U liefhebben, zullen voorspoedig zijn.
7 Vrede zij binnen uw muren en voorspoed in uw paleizen.
8 Omwille van mijn broeders en metgezellen zeg ik nu: Vrede zij met u.
9 Ter wille van het huis van de HEERE, onze God, zal ik het goede voor u zoeken.
SHEMA ISRAEL
Een afgewerkt stuk. Die Hebreeuwse letters betekenen SHEMA ISRAEL
In dit werk heb ik zand bij de verf eraan toegevoegd. Dit wijst op de belofte dat God aan Abraham deed:
Genesis 15:1-7
1 Enige tijd later richtte de HEER zich tot Abram in een visioen: āWees niet bang, Abram: ikzelf zal jou als een schild beschermen. Je loon zal vorstelijk zijn.ā 2 āHEER, mijn God, āantwoordde Abram, āwat voor zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit zal het eigendom worden van EliĆ«zer uit Damascus. 3 U hebt mij immers geen nakomelingen gegeven; daarom zal een van mijn dienaren mijn erfgenaam worden.ā 4 Maar de HEER sprak opnieuw tot hem: āNee, niet je dienaar zal jouw bezittingen erven, maar een kind dat jijzelf zult verwekken.ā 5 Daarop leidde hij Abram naar buiten. āKijk eens naar de hemel, āzei hij, āen tel de sterren, als je dat kunt.ā En hij verzekerde hem: āZo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.ā 6 Abram vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad. 7 Ook zei de HEER tegen hem: āIk ben de HEER, die jou heeft weggeleid uit Ur, uit het land van de ChaldeeĆ«n, om je dit land in bezit te geven.ā
Genesis: 17: 1-8
1 Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: āIk ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven. 2 Ik wil met jou een verbond aangaan en ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.ā 3 Abram boog zich diep neer en God sprak: 4 āIk doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. 5 Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken. 6 Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn. 7 Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. 8 Heel KanaƤn, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.ā
Genesis 22
17 zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen.
Genesis 32
12 Gij toch hebt gezegd: Ik zal u zeker weldoen en uw nageslacht maken als het zand der zee, dat wegens de menigte niet geteld kan worden.
In die kandelaar zie je ook symbolische weergaven kenmerkend aan Israƫl: druiven, granaatappel, vijgen, de Davids harp, de tempel, en tenslotte de Davidsster